LEADING LADIES, LIFESTYLE, SEXY SCIENCE

Vrijheid: lessen die we kunnen leren van Sunny Bergman

Sunny Bergman vrijheid

Vrijdag 5 mei: de feestdag waarop we allemaal weleens een festival of twee hebben meegepakt. Maar met het werkende leven zijn velen van ons niet meer in staat om de dag op een grasveld in de zon door te brengen. Inmiddels is het tijd geworden om een gefundeerde mening te vormen over een maatschappelijk onderwerp waar anno 2017 nog een hoop buzz over bestaat. Want vrijheid in 2017, hoe is dat nog relevant voor ons millennials?

Sunny Bergman gaat op zoek naar het antwoord op deze vraag. De feministische en antiracistische documentairemaakster en schrijfster die jullie wellicht kennen van ‘Sletvrees’, ‘Beperkt Houdbaar’ en recenter ‘Wit is ook een kleur’, is een grote inspiratiebron: ze is een fantastische spreker, een gewaagde debater en biedt mensen een alternatief perspectief op actuele thema’s – en we weten allemaal, het vraagt moed en professionaliteit om gevestigde praktijken ter discussie te stellen. Van Sunny kunnen wij bij Girl Almighty dus niet alleen inhoudelijk, maar ook vormtechnisch veel leren.

Vrijheid = gelijkwaardigheid

Volgens Sunny kan vrijheid alleen bestaan in gelijkwaardigheid. Hoewel ik gelijkwaardigheid vaak voor lief neem – ja, guilty – blijkt uit Sunny’s talloze voorbeelden dat diezelfde gelijkwaardigheid ontbreekt voor sommige groepen in Nederland – er bestaat nog veel racisme. Meestal wordt de oorzaak gelegd bij gebrekkige integratie of bij laagopgeleide PVV-ers. En inderdaad, ik vind mijzelf niet racistisch. Maar in de daaropvolgende 45 minuten die haar lezing duurt, wordt me pijnlijk duidelijk dat ik mezelf weleens zwaar kan overschatten. Stapje voor stapje laat Sunny de zaal inzien welke invloed racisme heeft op de manier waarop wij – witte, hippe, hoogopgeleide millennials die geen vlieg kwaad doen – denken.

Sunny vraagt wie van de mensen in de zaal zichzelf als ‘wit’ identificeert. Weinig van de mensen in de overwegend witte zaal steekt zijn hand op. Een witte jongen legt uit: zijn huidskleur is niet bepalend, en zou ook niet bepalend moeten zijn, voor zijn identiteit. Daar ben ik het mee eens – mijn identiteit wordt bepaald door mijn opleiding, politieke voorkeur, en de boeken die ik lees. Sunny gaat er niet verder op in maar laat ons een experiment zien uit de documentaire ‘Wit is ook een kleur’. Het blijkt dat zelfs kinderen van linksgeoriënteerde ouders (D66 en GroenLinks), die hun kinderen ‘kleurenblind’ proberen op te voeden (en bovendien Sunny’s facebookpagina volgen), toch de beelden reproduceren die zij meekrijgen op school en op straat. De kinderen worden dus onbewust opgevoed met het idee dat wit superieur is, terwijl dit juist niet de boodschap is die hun ouders hen willen meegeven – een behoorlijk shocking resultaat, want als zelfs de volgers van Sunny Bergman niet in staat zijn hun kinderen antiracistische gedachten mee te geven, wie dan wel?

Witte superioriteit

De witte ouders geven aan dat ze hun kinderen willen laten merken dat kleur er niet toe doet – en dus vermijden ze gesprekken over het onderwerp. Opvallend is dat donkere ouders zichzelf juist genoodzaakt zien hun kind voor te bereiden op het racisme dat ze zullen tegenkomen. Het onbespreekbaar laten van ongelijkheid duidt dus op white privilege: alleen witte ouders kunnen het zich veroorloven om het onderwerp te negeren. Naar de jongen in de zaal, antwoordt Sunny dat ook dit een vorm is van white privilege: alleen witte mensen hebben de mogelijkheid om te denken dat identiteit niet wordt bepaald door hun huidskleur. Voor donkere mensen is dit geen optie – huidskleur is voor hen juist allesbepalend. Het wordt me duidelijk: witte superioriteit zit in de ervaringen die ik vanzelfsprekend acht. Mijn ogen openen voor iets wat ik nooit eerder had opgemerkt, wordt geen gemakkelijke opgave.

A two steps approach

Volgens Sunny is bewustwording van onze superioriteit de eerste stap op weg naar een breder perspectief op de samenleving. Maar dit blijkt lastiger dan gedacht. Witte mensen reageren vaak geïrriteerd of zelfs boos als je ze confronteert met hun racistische ideeën. Opnieuw herken ik mezelf: als iemand mij racistisch noemt, voel ik me toch op zijn minst beledigd. Sunny heeft een logische verklaring: ten eerste leren witte mensen om zichzelf als individu te zien, en niet als groep. Ten tweede hebben witte mensen geleerd dat ze in principe moreel goed zijn of dat ze dat in elk geval moeten nastreven. Maar op het moment dat racisme aangekaart wordt, worden beide aannames in twijfel getrokken. En met iets waarvan we menen dat het niet bestaat, willen we niet geconfronteerd worden – vandaar de boosheid.

Een tweede stap is om het onderwerp voor kinderen – maar ik kan me ook zo voorstellen dat dit ook voor die vastgeroeste collega op de Vrimibo geldt – juist wél bespreekbaar te maken. Durf de discussie aan te gaan en zie racistische uitspraken als aanleiding voor een goed gesprek. Sunny benadrukt het aanbrengen van context – leg uit waarom bepaalde ongelijkheden in de samenleving zijn ontstaan. Zonder context aan te brengen zullen mensen de sociale werkelijkheid die zij om zich heen zien, als norm gaan beschouwen.

Kortom, we kunnen racisme aanpakken, but it definitely won’t come easy. Het vraagt zelfinzicht om bewust te worden van onze manier van denken, en moed om anderen op hun racistische denkbeelden te wijzen. Waar het uiteindelijk om draait is jezelf te verplaatsen in een ander – je eigen ervaringen zijn tenslotte niet de algemeen geldende ervaringen – en wees dan bereid om een gesprek aan te gaan waarin je je denkbeelden ter discussie stelt. Wouldn’t that suit us all?

Door: Laura van Leijden

Follow